Basiskennis bedrijfsbeheer

Informatie afkomstig van Agentschap Innoveren & Ondernemen

De zesde staatshervorming bepaalt de overgang van bepaalde federale bevoegdheden naar het gewestelijke niveau. Onder de bevoegdheden valt ook het pakket rond ‘toegang tot het beroep’ in het algemeen en de daaraan verbonden ondernemersvaardigheden voor het opstarten van een handels- of ambachtsonderneming in het bijzonder. Het Agentschap Innoveren & Ondernemen wordt hiervoor bevoegd.

 

Iedere handels- of ambachtsonderneming (zowel natuurlijk persoon als rechtspersoon) moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen bij de aanvraag tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Het is van geen belang of het gaat om een activiteit in hoofd- of bijberoep.

Wat houdt de basiskennis bedrijfsbeheer in?

Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

Welke zijn de uitzonderingen en vrijstellingen?

Hoe kan u de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

Waar moet u de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

U bent niet akkoord met de beslissing van het erkende ondernemingsloket?

Hoeveel kost een inschrijving bij het erkende ondernemingsloket?

Wat gebeurt er als u de vestigingsvoorwaarden overtreedt?

 

Wat houdt de basiskennis bedrijfsbeheer in?

Het ondernemingsloket waar u de inschrijving in de KBO vraagt, moet nagaan of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.
De basiskennis bedrijfsbeheer omvat noties van:

  • ondernemend denken en ondernemerscompetenties.

De basiskennis bedrijfsbeheer omvat elementaire kennis van:

  • recht.
  • boekhoudkundige, financiële en fiscale aspecten.
  • commercieel beheer.
  • wetgeving.

U vindt het volledige programma in art. 6 van het koninklijk besluit van 21/10/1998.

Het ondernemingsloket waar u de inschrijving in de KBO vraagt, moet nagaan of de onderneming aan de voorwaarden voldoet.

Wie moet de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De onderneming is een natuurlijk persoon: bij voorkeur het ondernemingshoofd zelf. Als dat niet mogelijk is, kan één van volgende personen de basiskennis bedrijfsbeheer in zijn plaats bewijzen:

  • de echtgenoot of echtgenote,
  • de wettelijk samenwonende partner,
  • de partner met wie hij minstens zes maand samenwoont,
  • een personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur,
  • een zelfstandig helper, die met het zelfstandig ondernemingshoofd verwant is in de eerste, tweede of derde graad en een verklaring voorlegt van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen waaruit blijkt hij zelfstandige helper is van het betrokken ondernemingshoofd.

De onderneming is een rechtspersoon (vennootschap): de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur uitoefent.
Bijvoorbeeld:

  • in een bvba: de zaakvoerder,
  • in een nv: de afgevaardigd bestuurder

De onderneming voldoet aan de vereiste zolang de natuurlijke persoon die de basiskennis bedrijfsbeheer bewijst, er actief blijft. Wanneer hij de onderneming verlaat, moet de onderneming haar situatie binnen de zes maand na dat vertrek regulariseren, bij een ondernemingsloket.

Ingevolge de zesde staatshervorming: Voor het afleggen van het examen via de Centrale Examencommissie wordt voor het Vlaamse Gewest een transitieperiode voorzien. Voor inschrijvingen vanaf 1 oktober 2014 moeten inwoners van het Vlaamse Gewest hun examen in het Nederlands afleggen

Welke zijn de uitzonderingen en vrijstellingen?

Volgende ondernemingen moet de basiskennis bedrijfsbeheer niet bewijzen:

  • de onderneming die geen kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de kmo-programmawet van 10/02/1998,
  • de onderneming die geen handels- of ambachtsactiviteiten uitoefent,
  • de onderneming die een dienstverlenend intellectueel beroep uitoefent gereglementeerd door de kaderwet van 1 maart 1976 (bvb. de accountant, de vastgoedmakelaar, de fiscaal expert),
  • de onderneming die een activiteit uitoefent met eigen voorwaarden op het vlak van de basiskennis bedrijfsbeheer (bvb. de vervoerder van personen of goederen moet de basiskennis bedrijfsbeheer niet afzonderlijk bewijzen; dit zit namelijk vervat in het getuigschrift van vakbekwaamheid),
  • de onderneming voor directe verkoop,
  • de onderneming die als handels- of ambachtsonderneming was ingeschreven in de KBO op 1/1/1999,
  • de overnemer van een bestaande zaak (gedurende één jaar),
  • de overlevende echtgenoot van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende wettelijke samenwonende van een overleden ondernemingshoofd,
  • de overlevende partner van een overleden ondernemingshoofd die minstens zes maanden samenwoonde met dat overleden ondernemingshoofd,
  • de kinderen van het overleden ondernemingshoofd gedurende een periode van drie jaar,
  • ingeval van een vennootschap en voor zover hij/zij benoemd is tot verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur:
    • de overlevende echtgenoot van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur,
    • de overlevende wettelijk samenwonende van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur,
    • of de overlevende partner van de overleden verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur voor zover hij er sinds minstens zes maanden mee samenwoonde.
Hoe kan u de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

De basiskennis bedrijfsbeheer kan op twee manieren bewezen worden:

  • Een diploma of akte: artikel 7 van het koninklijk besluit van 21/10/1998 bepaalt welke akten in aanmerking komen. Voor akten die u daar niet terugvindt, kunt u de diplo-databank consulteren.
  • Voldoende praktijkervaring: enkel praktijk opgedaan in de laatste vijftien jaar in één van de volgende ondernemingen komt in aanmerking:
    • in een nijverheidsonderneming,
    • in een handelsonderneming,
    • in een ambachtsonderneming,
    • in een onderneming met land- of tuinbouwactiviteiten.

U moet volgend aantal jaren ervaring bewijzen:
-Als zelfstandig ondernemingshoofd:

  • in hoofdberoep: drie jaar
  • in bijberoep: vijf jaar

-Als verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur zonder arbeidsovereenkomst:

  • in hoofdberoep: drie jaar
  • in bijberoep: vijf jaar

-Als bediende in een leidende functie: vijf jaar
-Als zelfstandig helper: vijf jaar

Onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (Europese Unie + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) of Zwitserland, kunnen de basiskennis bedrijfsbeheer ook bewijzen met een EG-verklaring. Dit is een verklaring uit het land van herkomst over de praktijkervaring en eventueel de schoolse opleiding van de betrokkene.

Wie geen geldig diploma of voldoende praktijkervaring heeft, kan het examen basiskennis bedrijfsbeheer afleggen bij de Centrale Examencommissie

Waar moet u de basiskennis bedrijfsbeheer bewijzen?

Alleen een erkend ondernemingsloket is bevoegd en dat naar aanleiding van een aanvraag tot inschrijving als handels- of ambachtsonderneming in de KBO.

U bent niet akkoord met de beslissing van het erkende ondernemingsloket?

Wanneer het ondernemingsloket de aanvraag tot (wijziging van) de inschrijving weigert, kan de onderneming tegen die beslissing in beroep gaan bij de Vestigingsraad. Dat moet gebeuren binnen de dertig dagen na betekening van de weigeringsbeslissing door het loket.

Hoeveel kost een inschrijving bij het erkende ondernemingsloket?

Het inschrijvingsrecht bij het ondernemingsloket bedraagt 83,50 euro voor:

  • de inschrijving als handels- of ambachtsonderneming van een natuurlijke of rechtspersoon,
  • de inschrijving van een bijkomende vestigingseenheid (per vestigingseenheid),
  • de wijziging of de doorhaling (per vestigingseenheid).
Wat gebeurt er als u de vestigingsvoorwaarden overtreedt?

De onderneming die in overtreding is, kan worden veroordeeld tot een geldboete, zelfs tot sluiting.